De vraag 'hoeveel melders hebben wij nodig?' is minder belangrijk dan de vraag welk type melder waar hoort. Een verkeerd gekozen melder leidt tot nodeloze meldingen of, erger, tot te late detectie. Dit artikel zet de meest gebruikte typen op een rij.
De meest toegepaste melder. Detecteert rookdeeltjes via lichtverstrooiing en reageert goed op smeulbranden, waarbij veel rook en weinig warmte vrijkomt. Dat is het typische beginstadium van de meeste branden in gebouwen.
Wel: kantoren, gangen, verblijfsruimten, technische ruimten. Niet: keukens, doucheruimten, werkplaatsen, parkeergarages. Daar reageert hij op damp, stof en uitlaatgassen.
Reageert op temperatuur: een vaste drempelwaarde, een snelle temperatuurstijging, of allebei. Ongevoelig voor rook, stoom en stof, en daarmee de oplossing voor ruimten waar een optische melder onwerkbaar is.
Nadeel: een thermische melder detecteert later dan een rookmelder, want er moet eerst warmte zijn. Gebruik hem daarom bewust, niet als makkelijke uitweg voor een melder die te vaak afgaat.
Wel: keukens, doucheruimten, wasruimten, stookruimten, parkeergarages (vaak als lineaire detectiekabel).
Combineert meerdere principes, bijvoorbeeld rook en warmte, en soms ook koolmonoxide. Doordat de melder signalen combineert, onderscheidt hij beter een echte brand van stoom of stof. Duurder per stuk, maar in lastige ruimten vaak goedkoper dan de storingen en meldingen die u ermee voorkomt.
Zuigt continu lucht aan door een buizensysteem en analyseert die in een beschermde meetkamer. Zeer gevoelig instelbaar en goed bestand tegen vervuiling, omdat de meetkamer buiten de ruimte zit.
Wel: serverruimten en datacenters (waar u brand wilt zien voordat er rook zichtbaar is), hoge ruimten waar melders lastig bereikbaar zijn, monumentale panden waar zichtbare melders ongewenst zijn, en parkeergarages.
Geen automatische detectie, maar de mogelijkheid voor mensen om zelf alarm te slaan. Hoort bij vluchtroutes en uitgangen. Bij een niet-automatische bewaking is dit zelfs de enige vorm van melding die het Bbl voorschrijft.
Het meldertype per ruimte hoort te worden vastgelegd in het Programma van Eisen, voordat er offertes worden gevraagd. Anders vult elke installateur zijn eigen aanname in en vergelijkt u appels met peren. Ruimten met bijzondere omstandigheden benoemt u daarbij expliciet, met de reden erbij.
Wij lopen per ruimte drie vragen na: wat gebeurt er in deze ruimte, welke stoorbronnen zijn er, en hoe snel moet een brand hier worden opgemerkt? Een archief vraagt om vroege detectie omdat de schade onherstelbaar is. Een fietsenberging vraagt vooral om een melder die niet elke week afgaat. Beide antwoorden leiden tot een ander type melder, en beide zijn goed onderbouwd.
Onzeker over de juiste melderkeuze?
Wij bepalen per ruimte wat er nodig is en leggen dat onderbouwd vast, zodat installateurs op dezelfde uitgangspunten offreren.
Naar Programma van EisenDat scheelt loze meldingen en voorkomt discussie bij de inspectie.
Plan een vrijblijvend gesprek