Een officiële inspectie van uw brandmeld- of ontruimingsalarminstallatie is voor veel gebouweigenaren een spannend moment. Wat gaat de inspecteur precies doen? Waar let hij op? En wat als hij iets afkeurt?
Als voormalig inspecteurs weten wij exact hoe dit proces verloopt. En wat u kunt doen om goed voorbereid te zijn.
Brandmeld- en ontruimingsinstallaties worden geïnspecteerd door onafhankelijke inspectie-instellingen die daartoe zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Zij toetsen aan het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. De bekendste zijn Kiwa, Bureau Veritas, Normec en VDS.
De inspecteur toetst of uw installatie voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Primair NEN 2535 (brandmeldinstallaties) en NEN 2575 (ontruimingsalarminstallaties). Én aan het voor uw gebouw opgestelde Programma van Eisen.
De inspecteur begint bij het papier. Hij controleert het Programma van Eisen, de as-built tekeningen, het onderhoudsrapport en het logboek. Als deze documenten ontbreken, incompleet zijn of niet overeenkomen met de werkelijke situatie, is dat al een onvolkomenheid vóórdat er ook maar één melder is bekeken.
De inspecteur loopt het gebouw door en beoordeelt de fysieke staat van de installatie: zijn er melders aanwezig op alle vereiste locaties? Zijn er blinde vlekken in de detectie? Zijn melders beschadigd, overschilderd of geblokkeerd?
Een aantal melders wordt daadwerkelijk getest. Getriggerd via testsignalen of testvloeistof. De inspecteur controleert of de centrale de melding correct registreert, de juiste zones activeert en de uitvoerapparatuur (alarmering, sprinklerklep, brandkleppen) aanstuurt.
Is er een aangewezen beheerder? Heeft die een kwalificatie conform NEN 2654-1? Is het logboek bijgehouden? Is het onderhoud door een gecertificeerde partij uitgevoerd? Dit zijn administratieve toetspunten die even zwaar wegen als de technische staat.
Na de inspectie stelt de inspecteur een rapport op. Bevindingen worden geclassificeerd als C1 (direct gevaar, afkeuring), C2 (onvolkomenheid, herstel vereist) of C3 (aanbeveling). Bij een C1-bevinding wordt de installatie afgekeurd en moet u corrigerende maatregelen treffen vóór herkeuring.
De beste voorbereiding is een pre-inspectie of nulmeting vooraf. Daarmee weet u vóór de officiële inspectie precies wat er wel en niet klopt. En heeft u de tijd om tekortkomingen te verhelpen.
Als voormalig inspecteurs weten wij exact welke criteria zwaar wegen en waar inspecteurs naar kijken. Wij begeleiden de voorbereiding én zijn aanwezig op de dag zelf. Dat geeft rust. En een aanzienlijk hogere kans op goedkeuring bij de eerste inspectie.
De meeste afkeuringen zijn geen technische gebreken. Het zijn administratieve tekortkomingen. Een ontbrekend logboek of een niet-gekwalificeerde beheerder kost u net zoveel als een kapotte melder. Zorg dat het papierwerk op orde is.
Aankomende inspectie? Laat ons meekijken.
Wij verzorgen de voorbereiding en zijn aanwezig op de dag van de inspectie. Geen verrassingen.
Meer over inspectiebegeleidingAls oud-inspecteurs weten wij precies wat er beoordeeld wordt. Neem contact op. Reactie binnen 24 uur.
Plan een gesprek